Spring naar inhoud

Relatieve tijd.

 

Op dinsdag 19 september kwam de gespreksgroep 55+ levenskunst bij elkaar met als onderwerp relatieve tijd. Hierbij de inleiding van deze ochtend.

De aanleiding voor dit onderwerp ligt in mijn jeugd. Ik ben opgegroeid in een Nederlands Hervormd gezin, in de groep Gereformeerde Bond, de meest conservatieve groep in de hervormde kerk. Er werd tamelijk veel gesproken over hel en verdoemenis aan de ene kant en het eeuwige leven in de hemel aan de andere kant. Al jong vroeg ik me af: “Wat is dat eeuwige leven dan eigenlijk en hoe lang duurt dat dan wel?”

We gaan het vandaag hebben over relatieve tijd en tijdens het nadenken hierover komt ook de  vorige vraag weer terug.

Als we het over relatieve tijd hebben dan is het eerste woord dat opvalt “tijd” . Tijd, wat is dat eigenlijk, hebben we daar een definitie van? En daarna valt natuurlijk ook het woord “relative” op, relatief als in betrekkelijk, maar het herbergt tegelijkertijd ook het woord “relatie”.

Welke relatie hebben wij met tijd? Prediker in de Bijbel heeft het over een tijd van zaaien en een tijd van oogsten, een tijd van blijdschap en een tijd van verdriet.

Als iemand zich nogal ouderwets opstelt zeggen we: “die is behoorlijk uit de tijd!”...

Hebben we (de) tijd (bv voor elkaar)  of heeft de tijd ons?

Als Saksisch Nederland zegt: “hij is uit de tijd” bedoelen ze dat die persoon is overleden. Ik vind dat een mooie uitdrukking.

We komen nu dus uit bij tijd van leven, tussen begin en eind. Maar wanneer begint dat leven? Bij de conceptie of bij de innesteling in de baarmoeder of bij het ontstaan van bewustzijn?

Gelukkig hebben we deze problemen niet bij het eind van het leven. Dood is dood, toch… of niet?

De turritopsis nutricula is een kwal, die zich aan het eind van z’n leven naar de bodem laat zakken. Daar transformeert hij, de organen en spieren verdwijnen en hij verandert in een hoopje cellen, die zich gaan herschikken in een nieuwe poliep, die vervolgens weer uitgroeit tot een volwassen kwal. Dat proces kan zich tientallen malen herhalen, totdat hij ziek wordt of door een roofdier wordt opgegeten…

En als we het hebben over relatieve tijd kunnen we ook spreken over tijdsbeleving: wachten duurt lang, maar als we plezier hebben vliegt de tijd voorbij. Zet twee mensen in een karretje van een achtbaan. De een is bang, de ander vindt het geweldig. Ze maken dezelfde rit, maar voor de bange man duurt de rit lang, en voor de ander veel te kort…

Depressieve mensen schijnen een andere tijdsbeleving te hebben dan niet-depressieven, voor mensen met depressie lijkt alles dan veel langer te duren, hetgeen de depressie natuurlijk nog verzwaart.

Als de beleving van tijd zo belangrijk is, bestaat er dan wel een tijd als er niemand is om de tijd te beleven? Heeft tijd een observator nodig? Is tijd misschien wel gewoon een beperking van de totale realiteit waarin wij leven?

Alles wat we kunnen waarnemen noemen we het heelal. Het heelal is onvoorstelbaar groot, maar is het oneindig groot?

Wat is dan oneindigheid? Bedenk een extreem groot getal, er is altijd een getal dat nog groter is. Hoe komen we dan bij de oneindigheid? En, als we er zijn dan kun je oneindig met elk getal vermenigvuldigen, het resultaat blijft oneindig…. Oneindig lijkt niet verder te kunnen groeien…

Terugkomend op mijn eerste vraag: Wat is eeuwigheid? Is dat zonder begin en zonder einde? Is dat tijdloosheid? Gebeurt er wel eens iets in de eeuwigheid?

Bestaat er wel een eeuwigheid of zijn we gewoon niet in staat om ons daar een voorstelling van te maken?